In Memoriam Jan van Dam

A.s. dinsdag wordt ons roei lid Jan van Dam begraven. Sinds ik mij kan heugen roeide hij op donderdagen met een vast gezelschap. Bij het keerpunt declameerde hij uit het hoofd
steevast een gedicht. Hij had het hele klassieke repertoire in zijn ijzersterke geheugen. Jan was al lang ongeneeslijk ziek en moest in oktober vorig jaar het roeien opgeven.
We namen in stijl bij hem thuis afscheid. Hij beloofde ons nog eens langs te komen om koffie te drinken. Dat kwam er niet meer van. Bij gelegenheid van zijn afscheid kreeg
hij van zijn roeivrienden het verzamelde dichtwerk van Ida Gerhard. Ik schreef voor hem bij die gelegenheid het volgende gedicht;

Roeiender-wijs

Laat niemand denken dat hij onuitroeibaar is.
Ik werd me dat bewust door Jan van Dam
die met de ziekte in, niet zonder droefenis,
liet weten dat hij voortaan niet meer kwam.

Jan kent van ’t leven en het lot de ironie.
Wanneer hij roeiend op de Eem meandert
dan zie ik hoe hij gaandeweg verandert.
Zijn blik weerspiegelt dan nog louter po√ęzie.

De riemen zijn hem uit de hand geslagen.
Al gaat zijn geest hier monter tegenin;
het vege lijf wil hem niet langer dragen.
Zonder pardon, op weg terug naar het begin.

Al gaat hij voor de roeierij helaas verloren
en missen wij zijn wekelijks geschenk;
‘k zal zijn gedichten op het water blijven horen,
zolang ik bij het keerpunt aan hem denk.

Cees Roodnat

(Donderdag, 30 oktober 2014)