Van de Varsity, onze “Grand Old Lady” en de Kei

De afgelopen week is de Varsity weer geroeid. Een evenement dat mij als oud-Aegir-roeier nog steeds zeer aanspreekt.
Mijn krant berichtte erover. Dit jaar wat extra uitgebreid, want de Varsity is, net als bijvoorbeeld het Skûtsjesilen, tot nationaal erfgoed verklaard.
Het stelsel van mores en gebruiken, van de jasjes en de dasjes, het zwijgen als er een trein over de brug rijdt, en natuurlijk het zwemmen in het ijskoude water van het Amsterdam Rijnkanaal bestaat al honderdvijfendertig jaar en hoort onlosmakelijk bij het studentenroeien. Dat wil zeggen, als je geen Knor bent, natuurlijk.
Traditie, daar is de roeiwereld goed in. Met als prachtig voorbeeld natuurlijk het Engelse Roeien.
Het roeien in Nederland kent ook een lange historie. De oudste roeivereniging in Nederland werd al opgericht in 1874, vier jaar vóór de geboorte van Aegir.
Burgerverenigingen zijn doorgaans jonger, maar onze eigen BWV heeft toch ook al de respectabele leeftijd van 91 jaren, ze mag met recht worden aangeduid als een Grand Old Lady.
In de loop van die jaren is er het nodige gepasseerd. We hebben bijzondere dingen meegemaakt, er zijn bijzondere mensen lid geweest van de vereniging.
Hoewel we natuurlijk nooit olympisch goud gerukt hebben zijn er grootse prestaties neergezet, er is veel getoerd in binnen- en buitenland. We hebben steeds grotere, mooiere en luxueuzere accommodaties gebouwd. We hebben – in onze eigen, wat kleinere omgeving – wedstrijden gewonnen en evenementen georganiseerd.
Al dergelijke gebeurtenissen kunnen een indruk achterlaten binnen een vereniging. Klassiek is natuurlijk de prijzenkast met bekers, maar ik doel meer op zaken als de petje-af-trofee, de toertoeter en bijvoorbeeld een riem van een zustervereniging, verworven bij een bepaalde activiteit. Ook foto’s kunnen een herinnering levendig houden.

Wij hebben net een nieuw gebouw betrokken. Jarenlang is er keihard gewerkt door de bouwcommissie en het bestuur, door leden die meer respect van ons verdienen dan zij doorgaans op hun bordje vinden.  De prestatie die zij hebben neergezet mag er wezen. De nieuwe recover  is indrukwekkend en stijlvol. Voor wie nog niet bij het nieuwe Hemus was: Ga, kijk en vergelijk!
Er is aan ons nieuwe onderkomen eigenlijk maar één tekortkoming:
Er is geen historie.
Gelukkig is de oude skiff van Inge weer in de hanenbalken terecht gekomen, anders zou je je net zo goed in de directiekantine van de KPN wanen, of in het dorpshuis van Blaricum.
Er is een heleboel afval afgevoerd na de gedeeltelijke sloop van het oude gebouw. Van het grootste deel was het goed dat het ging. Maar tussen de rotzooi ontwaarde ik ook een aantal oude trofeeën.
Daaronder de Kei die werd uitgereikt aan de winnaar van de allereerste Eemhead (1993), destijds onze eigen BWV.    Ik heb hem maar mee naar huis genomen. Natuurlijk ook een beetje omdat mijn naam daarop vermeld stond als lid van het winnend team, maar vooral ook omdat ik vond dat zo’n stukje historie niet verloren mag gaan om de enkele reden dat het geen beker is maar een steen.
Onze zustervereniging in Amersfoort heeft dan misschien een minder stijlvol gebouw, zij heeft wel veel meer gevoel voor historie. Haar voorzitter heeft dan ook al aangekondigd de eerste Eemhead-steen graag weer in huis te willen halen, en dat gaat ook gebeuren (met natuurlijk als voorwaarde de vermelding dat de trofee destijds werd gewonnen door de BWV)
Wij zijn een burger vereniging. En het is onwaarschijnlijk dat onze leden zich ooit, slechts gekleed in een stropdas, in het ijskoude Maart-water van de Eem zullen storten als Kees (bijna) de skiffhead gewonnen heeft.
Maar ik wens haar leden wel dat wij oog houden voor ons rijke verleden, en dat ook zichtbaar maken en houden in ons prachtige gebouw.
Rudi von Bartheld