Tussen wal en schip bij de AA-race

Published On: april 23rd, 2026By Categorieën: Evenement, Roeien, Wedstrijdcommissie942 words

Tussen wal en schip bij de AA-race

Spanning, snelheid en een bijna-botsing: goed voor een blik!
Zoals de naam al doet vermoeden gaat de AA-race niet van A naar B, maar van B (Broek op Langedijk) naar A (Alkmaar), over een zijtak van het Noordhollands Kanaal. Tijdens het oproeien is het nog fris, maar we genieten volop van het uitzicht over de polder en de natuurlijke oevers zonder stalen damwanden. Op diverse punten hangen spandoeken waarop staat dat het kanaal gestremd is vanwege roeiwedstrijden en bij de bruggen in het 4 km lange traject staan de stoplichten dan ook op dubbel rood.
In het startgebied waar de deelnemende boten zich verzamelen is het zoals wel vaker een gezellige puinhoop. We maken daar ook kennis met motorboot Moppie die met grommende diesels uit de andere richting aan komt varen. Met luid getoeter maakt de schipper duidelijk dat hij deze mooie zondagochtend dringend van B naar A moet. Vanaf de wal wordt hem toegeschreeuwd dat het kanaal gestremd is. Mopperend dat dit nergens is aangekondigd en dus illegaal is, slaat Moppie achteruit. Aardig om te zien? Niet echt. Hij gromt en bijt tegenwoordig vooral. Precies zoals in dat liedje, dat wij dan ook spontaan inzetten.
Omdat er relatief veel achten aan deze wedstrijd meedoen en er maar één acht tegelijk aan het vlot kan liggen, zit er bij deze wedstrijd vrij veel tijd tussen oproeien en start. Maar uiteindelijk is het zover. Ik gooi mijn waterfles leeg – schijnt meer te schelen dan je zou denken – en de vier tweetjes in ons veld gaan, met meer haast dan Moppie, kort na elkaar over de startlijn.
Het gebeurt wel eens dat de boot voor ons meteen uit zicht verdwijnt of dat we kort na de start worden ingehaald – of zelfs de berm in gedrukt – door ‘echte’ wedstrijdroeiers. Maar deze keer blijven de afstanden opvallend gelijk. Dat maakt het spannend! Ik blijf denken aan de lange halen van Dick en het oprijden, nee: ‘het voetenbord ontspannen naar je toe laten komen’ van ‘sterveling’ C.
Wij zijn als derde gestart. De vierde boot lijkt na ongeveer 1.500 meter heel iets achter te blijven, maar de boot voor ons ligt nog op dezelfde afstand en ook de eerste is in zicht. Met z’n achten vliegen1 we richting de beide bruggen in het traject.
Bij de spoorbrug aangekomen zie ik dat deze bezig is met open gaan. Dat is gezien onze doorvaarthoogte en de stremming van het kanaal merkwaardig, maar tijd om erover na te denken heb ik niet. Bij de brug hoor ik geschreeuw, maar wat er door wie tegen wie wordt geroepen is totaal onduidelijk.
Op dat moment maken we plotseling onaangenaam kennis met motorboot Moppie II², die met zijn neus tussen de remmingen ligt, midden in het vaarwater, wachtend om richting B te varen. Slechte mop. Naar schatting 16 ton staal tegenover 18 kilo kunststof en circa 130 kilo vlees en bloed, vol adrenaline: een enigszins onveilige situatie – ook al ligt die 16 ton stil.

‘Bakboord best!’ roep ik met nadruk. Net iets dichter bij de boot dan de wal schiet de Dipper tussen wal en schip door: er blijkt zowaar ruimte voor romp, wings en zelfs de bladen. (Daarom zegt men ook dat het gevaarlijk is tussen wal en schip: het kan zijn dat er nog een roeiboot tussendoor moet) In hoeverre we moesten slippen weten we achteraf niet meer. Tot mijn verbazing zie ik ook dat de motorboot groen licht heeft van de brugwachter.
Van de door C. voorgeschreven ontspanning is nu weinig overgebleven. Terwijl Angelique de schipper van de Moppie II op hoog volume en met een woordkeuze die minder geschikt is voor jeugdige lezers bedankt voor de ruimte probeer ik me met enigszins knikkende knieën te herpakken. Op boeg is dat relatief makkelijk: je hoeft alleen te volgen en de hele haal druk te houden. Bovendien heb ik het gevaar toch zeker 5 seconden eerder aan zien komen dan de natuurlijk niet omkijkende Angelique op slag. Maar balans en cadans zijn met een paar halen gelukkig weer terug in de boot en we vervolgen onze jacht richting finish.
De rest van het traject is breed en in rechte lijn voor de wind. Dat maakt het ons makkelijk om ongehinderd een C4 uit het veld voor ons in te halen en in de verte zie ik zelfs de brug bij de finish al. Ik zeg het niet, want we zijn er nog niet, er is nog zeker 1.500 meter te gaan.
De boten voor ons lijken optisch nog steeds op dezelfde afstand, maar de boot achter ons heeft kennelijk nog wat meer hinder ondervonden van Moppie II want die ligt nu een heel eind achter. Bij roeien telt, naast jezelf verbeteren en natuurlijk de lol, uiteindelijk maar één ding: de eerste plaats. Dus ik probeer de boot nog wat harder richting finish te duwen.
Direct na de finish horen we ons Eem roeiduo N2 roepen dat wij de beste tijd van ons veld hebben. Het verschil met de boot voor ons blijkt terug op het vlot slechts 0,6 seconde!! Blijft natuurlijk de vraag wie het meest last had van Moppie II, maar op de apart geklokte 2 km ruim na de bruggen hadden wij de beste tijd, terwijl de andere boot in het iets bochtigere eerste stuk met Moppie II net wat sneller was. Hoe dan ook, het is goed voor ons eerste blik! (Na…ehh…8 jaar met af en toe een wedstrijd)
1 Veel harder dan rond de 15km/h, een rustige fietssnelheid vliegen roeiboten niet.
2 De naam Moppie II is gefingeerd. We hadden geen tijd om de naam van deze boot te lezen en de schipper wenst waarschijnlijk anoniem te blijven.